Spelregels

Rapportage Veldvoetbal

Door Klaas Smith,

Lid Landelijke Commissie Spelregels


Scheidsrechters doen ieder weekend hun best om de hun toegewezen wedstrijd tot een goed einde te brengen, maar krijgen gemiddeld weg ook nogal wat kritiek te horen over de door hen geleide wedstrijd. Is die kritiek altijd wel reƫel of komt dat ook wel vaak van de verliezende partij ? Gelukkig is er een rapportagesysteem, waarbij de scheidsrechter van deskundigen een oordeel over zijn prestatie krijgt.

Scheidsrechter krijgen een aantal keren per jaar een rapport over hun geleverde prestaties. Deze rapporten komen van opgeleide rapporteurs, die vroeger zelf vaak een aantal jaren op niveau hebben gefloten.

De rapporteur maakt langs de lijn aantekeningen van waarnemingen en de vorm is daarbij gebaseerd op concreet waargenomen gedrag. In het amateurvoetbal is gekozen voor een vijfpuntenschaal met de scores A t/m E. Deze scores worden bij ieder competentie-onderdeel toegelicht.


Wanneer verdient de scheidsrechter nu een A , B, C , D of E ?

Een A-score verdien je veelal bij een wedstrijd met een zeer hoge moeilijkheidsgraad, waarin geen verbeterpunten worden genoemd en de scheidsrechter een sterke prestatie levert.

Een B-score verdien je als een sterke prestatie levert, waarbij zelfs een enkel foutje geoorloofd is.

Een C-score verdien je als je een prestatie levert zoals verwacht mocht worden.

Een D-score verdien je als je een prestatie levert, waarbij meerdere verbeterpunten worden beschreven.

Een E-score verdien je als je een prestatie levert, die beneden de verwachting is en waarbij veel verbeterpunten worden beschreven.

Het beoordelingssysteem kent vier competenties. Met competenties worden bedoeld de kennis, vaardigheden, houding en persoonlijke eigenschappen van een scheidsrechter die moeten leiden tot een succesvolle prestatie.


De vier hoofdcompetenties zijn:

1. Managen van de wedstrijd

2. Communicatie

3. Toepassing Spelregels

4. Volgen en positie kiezen.

De nadruk bij rapportage ligt op het managen van de wedstrijd

Hieronder nog even een overzicht van de competentie-onderdelen:


Managen van de wedstrijd

1.1 Komt overtuigend , zelfverzekerd en resoluut over bij een beslissing en/of

weerstand.

1.2 Voelt de wedstrijd aan, is flexibel in zijn arbitreren en neemt samenhangende

beslissingen.

Beoordeeld wordt de mate waarin de scheidsrechter in staat is om acceptatie van zijn beslissingen te verkrijgen door het aanpassen van de arbitrage aan de aard van de wedstrijden door zijn uitstraling.


Communicatie

2.1 Functioneel fluitsignaal

2.2 Duidelijke en functionele non-verbale signalen en verbale communicatie.

Beoordeeld wordt de mate waarin de scheidsrechter in staat is om zijn beslissing te verkopen d.m.v. zijn communicatie en door zijn verbale en non-verbale communicatie weerstand weet te voorkomen.


Toepassing Spelregels

3.1 Juistheid van beslissingen.

3.2 Disciplinair Beleid

Beoordeeld wordt de mate waarin de scheidsrechter in staat is om de spelregels consistent toe te passen en waar nodig snelheid in het spel te houden.


Volgen en positie kiezen

4.1 Positie kiezen en volgen tijdens het spel

4.2 Positie kiezen bij spelhervattingen.

Beoordeeld wordt de mate waarin de scheidsrechter in staat is om het spel te volgen en positie te kiezen om de juiste beslissingen te kunnen maken en zijn beslissingen goed te verkopen.